Wat zijn DNS-records (A, CNAME, MX, TXT) en hoe werken ze?
DNS staat voor Domain Name System. Het is het systeem dat domeinnamen vertaalt naar IP-adressen. Zonder DNS zou je elk website moeten bezoeken via een IP-adres. DNS-records zijn de instructies die bepalen waarnaar een domeinnaam verwijst.
Hoe werkt DNS?
Wanneer je voorbeeld.nl intypt, vraagt je browser aan een DNS-server: "Wat is het IP-adres van voorbeeld.nl?" De DNS-server zoekt de records op en geeft het IP-adres terug. Je browser maakt dan verbinding met dat IP-adres.
DNS-records worden opgeslagen bij een nameserver, die je instelt bij je domeinregistrar.
A-record
Het A-record koppelt een domeinnaam aan een IPv4-adres. Dit is het meest gebruikte record:
www.voorbeeld.nl. 3600 IN A 1.2.3.4
AAAA-record
Hetzelfde als een A-record, maar dan voor IPv6-adressen.
CNAME-record
Een CNAME (Canonical Name) verwijst een naam door naar een andere naam in plaats van naar een IP-adres. Handig voor subdomeinen:
Let op: een CNAME mag niet worden gebruikt op de root van een domein (het "apex"), alleen op subdomeinen.
MX-record
MX-records (Mail Exchange) bepalen welke server e-mail voor jouw domein ontvangt. Er kunnen meerdere MX-records zijn met een prioriteit:
voorbeeld.nl. IN MX 20 mail2.voorbeeld.nl.
Hoe lager het getal, hoe hoger de prioriteit. Mail gaat eerst naar mail1; als die niet bereikbaar is, naar mail2.
TXT-record
TXT-records bevatten vrije tekst. Ze worden gebruikt voor verificatie en e-mailbeveiliging:
- SPF — bepaalt welke servers e-mail mogen versturen namens jouw domein
- DKIM — digitale handtekening voor e-mail
- DMARC — beleid voor hoe ontvangers omgaan met e-mail die SPF of DKIM niet passeert
- Domeinverificatie — Google, Microsoft en andere diensten laten je via een TXT-record bewijzen dat je het domein beheert
NS-record
NS-records (Name Server) bepalen welke nameservers verantwoordelijk zijn voor jouw domein. Dit stel je in bij je domeinregistrar.
TTL
Elk DNS-record heeft een TTL (Time To Live) in seconden. Dit is hoe lang andere DNS-servers het record mogen cachen. Een lage TTL (bijv. 300 seconden) zorgt dat wijzigingen snel doorwerken; een hoge TTL verlaagt de belasting op je nameserver.